€ 699
Prijs per maand excl. BTW
MERCEDES-BENZ EQA
EQA 250
Levertijd: 9 weken
Wellicht vindt je toch iets interessants op onze site:
.avif)
De pseudo-eindheffing verschuift de rekening voor een fossiele auto van de zaak: niet de werknemer betaalt, maar de werkgever. Vanaf 1 januari 2027 betaal je als werkgever 12% van de cataloguswaarde voor elke fossiele personenauto die een werknemer ook privé rijdt. Op een cataloguswaarde van € 40.000 is dat € 4.800 per jaar. Een elektrische auto valt er volledig buiten.
De pseudo-eindheffing is een eindheffing in de loonbelasting waarmee je als werkgever jaarlijks 12% van de cataloguswaarde afdraagt over elke fossiele personenauto die een werknemer ook privé mag gebruiken. De heffing landt dus bij jou en niet bij je werknemer. Zijn bijtelling blijft daarnaast gewoon staan.
Een eindheffing komt per definitie voor rekening van de werkgever, dus je houdt niets in op het loon. De heffing hangt bovendien aan de auto en niet aan de berijder, dus een wissel van chauffeur verandert er niets aan. Deze heffing komt boven op bijtelling, MRB en BPM, en samen bepalen die vier je werkelijke autokosten.
Je rekent over de cataloguswaarde, de oorspronkelijke nieuwprijs inclusief btw en BPM, en niet over het bedrag dat jij voor de auto betaalt. Een tweedehands benzineauto van € 15.000 met een nieuwprijs van € 45.000 kost je dus € 5.400 per jaar. De kilometerstand doet er niet toe.
Alleen de leeftijd kan die grondslag veranderen. Is de auto ouder dan 25 jaar, dan rekent de fiscus 12% over de waarde in het economisch verkeer, dus over de marktwaarde van vandaag. Op een echt oude auto scheelt dat veel.
Reken met de cataloguswaarde en niet met je maandtermijn. Twaalf procent van € 40.000 komt neer op € 4.800 per jaar, en dat bedrag keert elk jaar terug zolang de auto bij je werknemer staat. Over een leasecontract van vier jaar tikt dat aan tot € 19.200 voor één auto.
Bron: Belastingplan 2026 voor het tarief van 12%, wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 voor de wijzigingen. Bedragen gelden per auto en staan los van de bijtelling van je werknemer. Peildatum 16 september 2026.
Je draagt de heffing af via de loonaangifte, samen met de rest van je loonheffingen. Er komt dus geen aparte aanslag en geen apart formulier bij. Voor je boekhouding is het een post die elk jaar terugkomt en die je vooraf kunt begroten.
De wet rekent per kalendermaand, en dat pakt strenger uit dan je zou verwachten. Stel je de auto een deel van een maand ook privé ter beschikking, dan telt die hele maand mee. Lever je een auto op 3 maart in, dan betaal je maart dus voluit.
Voor de bijtelling geldt woon-werkverkeer als zakelijk, maar voor deze heffing telt precies dezelfde rit als privé. Eén rit naar kantoor maakt de auto dus belast. De grens van 500 privékilometers per jaar die je van de bijtelling kent, bestaat hier niet.
Afgezien van de uitzonderingen die het kabinet voorstelt, blijven alleen auto's erbuiten die je nooit privé en nooit voor woon-werkverkeer laat rijden, zoals poolauto's die 's avonds op het terrein blijven staan. Daarvoor heb je wel aantoonbaar toezicht op uitsluitend zakelijk gebruik nodig. Een sluitende rittenregistratie redt je niet zodra de auto privé gebruikt mág worden.
De heffing kijkt naar de aandrijflijn en niet naar het bouwjaar. Elke personenauto met een verbrandingsmotor valt eronder, van benzine en diesel tot de plug-in hybride en de mild hybrid. Volledig elektrische auto's en waterstofauto's blijven erbuiten, want die stoten niets uit.
Een tweedehands diesel uit 2021 is vanaf 2027 dus net zo belast als dezelfde auto uit de showroom. Wie zijn wagenpark nu vervangt, kijkt eerst naar de stekker en pas daarna naar de kilometerstand.
Nee, want de heffing geldt alleen voor personenauto's. Een bestelauto met grijs kenteken blijft erbuiten, net als een motor en een vrachtwagen, ook op diesel. Voor een bedrijf met een gemengde vloot scheelt dat onderscheid het meeste geld van allemaal.
Kijk daarbij naar het kenteken en niet naar de vorm van de auto. Rijdt iemand in een personenauto-uitvoering van een bestelwagen, dan telt die gewoon als personenauto en geldt de heffing alsnog.
Dat hangt af van je rechtsvorm en niet van je omzet. Werk je als zzp'er met een eenmanszaak of een vof zonder personeel, dan raakt de heffing je niet: zonder werknemer stel je niets ter beschikking. De heffing landt namelijk alleen bij wie inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting.
Heb je een bv, dan ligt het anders. Een directeur-grootaandeelhouder staat op de loonlijst van zijn eigen bv, en die bv is daarmee gewoon werkgever. Rijdt die dga een fossiele auto van de zaak, dan komt de heffing over de cataloguswaarde bij de bv terecht.
Het tarief van 12% staat vast in het Belastingplan 2026 en verandert niet. Op 15 september 2026 zette het kabinet daarnaast vijf wijzigingen op die heffing in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027. Die vijf zijn voorstellen: de Tweede Kamer stemt er in november over en de Eerste Kamer in december, en beide kunnen ze nog wijzigen.
Bron: wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 §2.2 en Wet op de loonbelasting 1964 artikel 32bc. Peildatum 16 september 2026.
Auto's die je vóór 1 januari 2027 al aan een werknemer ter beschikking stelde, vallen onder een overgangsregeling, en die loopt in de huidige wet tot en met 16 september 2030. Die einddatum komt uit het Belastingplan 2026 en valt precies vijf jaar na de Prinsjesdag waarop dat plan werd ingediend. Het voorstel schuift die einddatum door naar 31 december 2030, zodat de heffing niet halverwege een maand begint.
Het recht hangt aan de auto en aan jou als werkgever, niet aan één berijder. Je mag de auto dus aan een andere werknemer geven, en een tijdelijke onderbreking verspeelt het recht evenmin. Stapt je werknemer met auto en al over naar een andere werkgever, dan is het wel voorbij.
Die bepaling voorkomt dat de fiscus één voordeel twee keer belast. Kent een werkgever bij vertrek een excessieve vertrekvergoeding toe waarin een auto meetelt, dan raakt dat voordeel zonder ingrijpen zowel de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoedingen als deze nieuwe autoheffing. Het wetsvoorstel schrapt die stapeling.
In de praktijk raakt dit een kleine groep, vooral bestuurders met een vertrekregeling waarin een auto zit. Die bepaling staat hier omdat ze wel degelijk een van de vijf wijzigingen is en geen voetnoot bij de andere vier.
De uitzondering geldt alleen voor een lesauto met handgeschakelde transmissie. Geef je les op een automaat, dan reken je met de volle 12% over de cataloguswaarde. Voor een rijschool met een gemengde vloot loopt de streep dus dwars door de eigen garage.
Achter die knip zit een praktische reden. Wie alleen op een automaat lesrijdt, haalt een rijbewijs met code 78, en daarmee mag je nooit meer handgeschakeld rijden.
Op € 40.000 cataloguswaarde scheelt de overstap € 4.800 per jaar aan pseudo-eindheffing, plus de 30% korting op de motorrijtuigenbelasting die tot en met 2028 geldt. Zet je drie van die auto's om, dan loopt het verschil op tot € 14.400 per jaar aan heffing alleen. Daarom raakt dit dossier je wagenparkbeleid en niet alleen je loonaangifte.
Een jonge elektrische occasion pakt dat voordeel twee keer. De heffing vervalt net zo goed als bij een nieuwe EV, en een kenteken uit 2023 of 2024 houdt zijn 16% bijtelling over de eerste € 30.000 cataloguswaarde nog zestig maanden vast, gerekend vanaf de maand na de eerste toelating. Bij LIZY least je precies die jaargangen tweedehands, met de eerste grote afschrijving er al af. Welk percentage bij welk bouwjaar hoort, staat per jaar uitgewerkt bij de fiscale voordelen van elektrisch leasen.
Minder dan je zou denken, en toch komt die route hier het vaakst langs. De youngtimerregeling rekent de bijtelling over de waarde in het economisch verkeer in plaats van over de cataloguswaarde, wat op een oude en goedkope auto vaak gunstiger uitpakt.
Voor 2027 staat de leeftijdsgrens nu op 25 jaar in de wet. Het kabinet stelt voor die op 17 jaar te zetten per 2027 en op 20 jaar per 2028, wat de regeling verruimt ten opzichte van wat er vandaag staat. De vijf voorgestelde wijzigingen laten de grondslag van de pseudo-eindheffing ongemoeid, dus een auto van twintig jaar levert je wel youngtimerbijtelling op en geen korting op die heffing.
Twee dingen, en ze trekken precies de andere kant op. In 2028 vervalt de bijtellingskorting voor nieuwe elektrische auto's, dus een kenteken uit dat jaar start op 22% over de hele cataloguswaarde en houdt dat zestig maanden vast. De pseudo-eindheffing loopt datzelfde jaar gewoon door, dus fossiel blijft duurder terwijl een nieuwe EV zijn laatste fiscale voorsprong kwijtraakt.
Voor 2029 kondigde het kabinet in de Miljoenennota een greentimerregeling aan: 14% bijtelling voor elektrische auto's van vijf tot acht jaar oud, maximaal drie jaar per auto. Die regeling is aangekondigd en budgettair ingeboekt, maar er ligt nog geen wettekst en het startjaar staat nog niet vast, dus plan er voorlopig niets op. Wat de greentimerregeling precies zou doen, staat apart uitgewerkt.
Het tarief van 12% is wet en gaat over ruim drie maanden in, dus de contracten die je deze maand tekent, lopen er middenin. Zet de einddatum van elk lopend fossiel contract naast 1 januari 2027 en kijk welke auto's daarna nog rondrijden. Die lijst is je hele beslissing.
Elektrisch haalt de heffing van tafel en jong gebruikt haalt de eerste grote afschrijving eruit. Een occasion lease bij LIZY is tot 20% goedkoper per maand dan traditioneel leasen van een nieuwe auto, met volledige verzekering, onderhoud, bandenwissel, pechhulp, wegenbelasting en APK in één bedrag, en de levering duurt van 1 tot 9 weken. Welke fossiele auto rijdt er bij jou op 1 januari 2027 nog rond? Voor die ene staan er elektrische occasions klaar, met de bijtelling van hun eigen bouwjaar nog jaren vast.
Het tarief wel, de verzachtingen niet. De heffing van 12% staat sinds het Belastingplan 2026 in de wet en gaat op 1 januari 2027 in. De vijf wijzigingen die het kabinet op 15 september 2026 voorstelde, zijn nog wetsvoorstel: de Tweede Kamer stemt in november en de Eerste Kamer in december. Plan je wagenpark dus op de 12% en beschouw de rest als meevaller.
Ja, zodra er een verbrandingsmotor onder de kap ligt. Benzine, diesel, plug-in hybride en mild hybrid vallen er allemaal onder, en alleen volledig elektrische auto's en waterstofauto's blijven erbuiten. Plug-in hybrides verloren in 2026 bovendien hun korting op de motorrijtuigenbelasting, dus die combinatie wordt vanaf 2027 op twee punten tegelijk duurder. De plug-in hybride is daarmee de auto om als eerste tegen het licht te houden.
Ja, en dat verrast de meeste werkgevers. De heffing rekent met de cataloguswaarde, dus met de oorspronkelijke nieuwprijs, ook als je de auto jaren later tweedehands least tegen een fractie van dat bedrag. Een benzineauto uit 2021 met een cataloguswaarde van € 40.000 kost je vanaf 2027 dezelfde € 4.800 per jaar als hetzelfde model uit de showroom. Tweedehands rijden verlaagt je maandlast dus wel, maar deze heffing niet.
Auto's die je vóór 1 januari 2027 al aan een werknemer ter beschikking stelde, vallen onder een overgangsregeling, zodat lopende contracten niet halverwege duurder worden. In de huidige wet loopt die tot en met 16 september 2030, en het kabinet stelt voor daar 31 december 2030 van te maken. Loopt je contract daaroverheen, dan betaal je de heffing over de maanden daarna alsnog.
.avif)
Pseudo-eindheffing 2027: 12% over de cataloguswaarde, betaald door de werkgever. Met rekenvoorbeeld per auto en de vijf wijzigingen uit het wetsvoorstel.

De bijtelling voor een elektrische auto is in 2026 18% tot € 30.000 cataloguswaarde. Reken per kentekenjaar uit wat dat kost, inclusief vergelijking.

Hybride, plug-in of volledig elektrisch? Het verschil in één tabel, plus kosten per kilometer, bijtelling en welke keuze bij jou past.
Hier vind je alle handige LIZY-tools om jouw fleet te beheren.